
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Hoeveel opdrachtgevers heb je als zzp’er nodig om veilig te ondernemen?
Een veelgestelde vraag van startende zzp’ers is hoeveel opdrachtgevers je nodig hebt om als zelfstandig ondernemer te worden gezien. Die vraag komt vaak voort uit de wens om door de Belastingdienst als ondernemer voor de inkomstenbelasting te worden aangemerkt. De Belastingdienst geeft al jaren aan dat meerdere klanten belangrijk zijn, maar noemt geen vast minimumaantal opdrachtgevers.
Wel zijn er duidelijke signalen waar je op moet letten. Wie lange tijd (bijna) alleen voor één opdrachtgever werkt, kan problemen krijgen rondom zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid. In dit artikel lees je wat de risico’s zijn, welke “vuistregels” vaak worden gebruikt en hoe je jouw situatie sterker maakt met praktische keuzes en goede administratie.
Waarom meerdere opdrachtgevers belangrijk zijn
Als zzp’er wil je aantonen dat je echt ondernemer bent: je werft zelf werk, bepaalt (in grote lijnen) hoe je een opdracht uitvoert en draagt ondernemersrisico. Werk je structureel voor één opdrachtgever, dan kan het lijken op loondienst. Dat kan gevolgen hebben voor je fiscale positie en kan extra vragen oproepen bij controles.
Het werken voor één opdrachtgever is daarom meestal niet verstandig, omdat je schijnzelfstandigheid wilt voorkomen. Ook de manier waarop je samenwerkt is daarbij belangrijk: er mag geen ongewenste gezagsverhouding ontstaan. Tegenwoordig kun je daarbij gebruikmaken van de opdrachtgeversverklaring, die de oude modelovereenkomst vervangt.
Werken met verschillende opdrachtgevers als zzp’er
Voor veel zzp’ers is het een gezonde aanpak om niet het hele jaar voor één opdrachtgever te werken. Met meerdere opdrachtgevers laat je zien dat je zelf je markt benadert, je kansen spreidt en niet afhankelijk bent van één partij.
Wanneer je feitelijk het hele jaar voor één opdrachtgever werkt, kan dat worden gezien als een verkapt dienstverband. In zo’n situatie kan het lijken alsof er eigenlijk sprake hoort te zijn van loondienst, met bijbehorende regels. Dat is precies de reden waarom veel zelfstandigen actief sturen op spreiding.
Is “drie opdrachtgevers” een veilige marge?
Concreet aangeven hoeveel opdrachtgevers je nodig hebt, is lastig. Toch hoor je vaak dat er wordt uitgegaan van minimaal drie verschillende opdrachtgevers per jaar. Dat is geen harde wettelijke eis, maar het wordt in de praktijk regelmatig genoemd als een logische manier om afhankelijkheid te beperken.
Let wel op: als één opdrachtgever heel groot is, kan het lastig zijn om daarnaast genoeg tijd te houden voor andere klanten. Het kan ook gebeuren dat je in de praktijk vooral hetzelfde werk doet, op dezelfde plek en volgens dezelfde planning. Dat kan de indruk wekken dat je feitelijk “meedraait” als medewerker.
Sommigen kiezen ervoor om facturatie te laten lopen via payrolling of een payrollbedrijf. Dat kan in bepaalde situaties meer zekerheid geven, maar het lost het vraagstuk rondom zelfstandigheid en gezagsverhouding niet automatisch op. De kern blijft: hoe ziet de werkrelatie eruit, en hoe zelfstandig opereer je?
Belastingdienst, controles en interpretatie in de praktijk
In de praktijk hoor je vaak dat het minder risicovol is wanneer je niet het overgrote deel van je tijd of omzet bij één opdrachtgever hebt. Er wordt bijvoorbeeld regelmatig gesproken over een verdeling waarbij maximaal 70% van je tijd bij één opdrachtgever ligt en de rest over andere opdrachtgevers is verdeeld.
Houd er rekening mee dat controles ook afhankelijk kunnen zijn van de interpretatie van een inspecteur. De omstandigheden van jouw werk (aansturing, werklocatie, werktijden, vervangbaarheid, risico) wegen vaak zwaarder dan één enkel getal.
Wat als je (nog) maar één opdrachtgever hebt?
Voor veel zelfstandigen geldt dat ze in het begin slechts één opdrachtgever hebben. Dat komt vaak voor bij starters die aan het begin van hun carrière staan. De Belastingdienst begrijpt doorgaans dat je niet meteen een groot klantenbestand hebt opgebouwd.
Toch blijft het een risico om te lang in een situatie met één opdrachtgever te blijven. Als het structureel wordt, kan het lijken alsof er geen zelfstandige activiteit is, maar een werkrelatie die op loondienst lijkt. Daarom is het slim om actief te werken aan spreiding en om alles goed vast te leggen. Denk bijvoorbeeld aan manieren om dit te voorkomen door gericht nieuwe opdrachten te zoeken en je positionering te versterken.
Praktische tips als je afhankelijk bent van één klant
- Plan elke week tijd in voor acquisitie (ook als je agenda vol is).
- Werk aan zichtbaarheid: website, LinkedIn, netwerk, referenties.
- Zorg voor een duidelijke opdrachtomschrijving en afspraken op papier.
- Houd je uren en werkzaamheden nauwkeurig bij, zeker wanneer je langdurig voor één opdrachtgever werkt.
- Probeer op korte termijn minimaal één extra opdrachtgever toe te voegen, al is het met een kleine opdracht.
70% omzet bij één opdrachtgever: hoe zit dat?
Een maximale omzet van 70% bij één opdrachtgever is geen wettelijk vastgelegde eis, maar het wordt in de praktijk wel vaak gebruikt als handige maatstaf. Het idee hierachter is simpel: als het grootste deel van je omzet bij één klant zit, word je afhankelijk en kan de samenwerking sneller aanvoelen als loondienst.
Door je omzet te spreiden, houd je ook ruimte om aan andere klanten te werken en je bedrijf te laten groeien. Het helpt bovendien bij je onderhandelingspositie: je bent minder kwetsbaar wanneer één opdracht stopt.
Situaties waarin een gezagsverhouding kan ontstaan
Als zzp’er wil je niet als personeel worden gezien. Daarom is het belangrijk dat je opdrachtgever niet alles bepaalt. Een opdrachtgever mag je bijvoorbeeld niet van A tot Z voorschrijven hoe je werkt en wanneer je werkt. De bedoeling is dat je een concrete opdracht uitvoert, op jouw manier, met jouw verantwoordelijkheid.
Ook zaken zoals verlof, vaste werktijden alsof je in dienst bent, of volledige aansturing op detailniveau kunnen een verkeerde indruk wekken. Jij bent zelfstandig en bepaalt in principe zelf hoe je je onderneming inricht als opdrachtnemer.
Werken via een tussenbureau: telt dat als meerdere opdrachtgevers?
Veel zelfstandigen werken via een tussenbureau. Dat kan prima, maar let op hoe de contracten zijn ingericht. Heb je een overeenkomst met het tussenbureau, dan is het bureau jouw opdrachtgever. Heb je óók een overeenkomst met de eindklant, dan kan de eindklant als opdrachtgever worden gezien.
Belangrijk: steeds voor dezelfde eindklant werken via verschillende bureaus is geen “truc” om aan meerdere opdrachtgevers te komen. Als je feitelijk steeds voor dezelfde partij werkt, blijft de afhankelijkheid bestaan. Daarnaast blijven zelfstandigheid en gezagsverhouding bepalend.
Conclusie: hoeveel opdrachtgevers heb je als zzp’er nodig?
Er bestaat geen officieel minimumaantal opdrachtgevers. Wel is het verstandig om niet langdurig afhankelijk te zijn van één opdrachtgever. In de praktijk sturen veel zelfstandigen op spreiding, bijvoorbeeld door minimaal enkele opdrachtgevers per jaar te hebben en te voorkomen dat vrijwel alle tijd of omzet bij één klant ligt.
Begin je net? Dan is één opdrachtgever niet direct een probleem, zolang je kunt laten zien dat je ondernemend handelt, duidelijke afspraken maakt, je uren bijhoudt en actief werkt aan nieuwe klanten. Zo bouw je stap voor stap aan een sterkere positie als zzp’er.
Mijnzzp.nl
