
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Minimumtarief zzp van 38 euro
De discussie rondom zzp’ers en hun tarieven krijgt opnieuw vaart door plannen van minister Thierry Aartsen (Werk & Participatie). Het voorstel om een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren bij lage uurtarieven roept veel vragen op. Want wie valt er precies onder die grens van circa 38 euro per uur? En wat kan dit in de praktijk betekenen voor zelfstandigen én opdrachtgevers?
Een groeiende, maar diverse groep zzp’ers
Nederland telt ongeveer 1,2 miljoen zelfstandigen voor wie het ondernemerschap het belangrijkste inkomen vormt. Daarnaast is er een aanzienlijke groep van ruim 500.000 mensen die naast een baan als zzp’er actief is.
Toch is niet iedereen relevant voor de nieuwe wetgeving. Een deel van de zelfstandigen verkoopt producten in plaats van diensten, en een grote groep werkt uitsluitend voor particulieren. Voor hen verandert er weinig.
Uiteindelijk blijft er een groep over van ongeveer 1 miljoen zzp’ers die mogelijk met de nieuwe regels te maken krijgt. Binnen deze groep werkt naar schatting ongeveer 15 procent onder het beoogde minimumtarief. Dat komt neer op zo’n 150.000 zelfstandigen.
Het is overigens niet de eerste keer dat er plannen zijn voor een minimumtarief voor zzp’ers. Enkele jaren geleden werd dit ook voorgesteld, maar toen is het plan uiteindelijk gestrand.
Lage tarieven komen vooral in specifieke sectoren voor
Niet elke sector is even gevoelig voor lage uurtarieven. De verschillen zijn aanzienlijk:
- In sectoren zoals landbouw en horeca komen relatief veel lage tarieven voor
- In sectoren zoals finance en IT ligt het aandeel juist (bijna) op nul
- Sectoren met lage tarieven zijn vaak klein in omvang binnen het totale aantal zzp’ers
Dat betekent dat het probleem van lage tarieven zich sterk concentreert in specifieke beroepsgroepen en niet gelijk verdeeld is over alle zelfstandigen.
Wie werkt er onder de 38 euro per uur?
Kijk je naar beschikbare tariefdata, dan ontstaat een duidelijk beeld. Beroepen met lagere uurtarieven bevinden zich vaak in:
- Creatieve sectoren (bijvoorbeeld beginnende makers of uitvoerend werk)
- Horeca en evenementen
- Transport en logistiek
- Landbouw en groenvoorziening
- Persoonlijke dienstverlening
Belangrijk detail is dat binnen deze beroepen vaak sprake is van grote verschillen in tarieven. Er zijn zelfstandigen die tegen lage tarieven werken, maar ook ervaren professionals binnen dezelfde sector die aanzienlijk meer verdienen.
Opvallend: weinig animo voor loondienst
Een belangrijk inzicht is dat de meeste zzp’ers met een laag tarief niet per se in loondienst willen werken.
- Ongeveer 27 procent van deze groep geeft aan liever in loondienst te werken
- Dat betekent dat ruim 70 procent bewust kiest voor het zelfstandig ondernemerschap
Hoewel lagere tarieven vaker samengaan met twijfel over het zzp-bestaan, blijft de wens om zelfstandig te blijven dominant.
Wat verandert er met het rechtsvermoeden?
Het voorgestelde rechtsvermoeden betekent niet dat lage tarieven verboden worden. De kern is:
- Verdient een zzp’er minder dan circa 38 euro per uur?
- Dan kan hij of zij eenvoudiger claimen werknemer te zijn
- De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat er wél sprake is van zelfstandigheid
Dit verschuift de bewijslast en maakt het juridisch makkelijker voor zelfstandigen om bescherming te zoeken.
Conclusie
De voorgestelde wetgeving richt zich op een relatief beperkte, maar belangrijke groep van ongeveer 150.000 zzp’ers met lage tarieven. De impact zal vooral voelbaar zijn in specifieke sectoren waar marges klein zijn en tarieven onder druk staan.
Mijnzzp.nl
