Team Mijnzzp

Onderwijs

Minimumtarief voor zzp’ers: wat is feit en wat is misverstand?

Het sociaal akkoord dat werd gesloten tussen vakbonden en werkgevers heeft bij veel zelfstandigen voor onduidelijkheid onder zzp’ers gezorgd. In het akkoord wordt gesproken over een tarief van 30 à 35 euro per uur. Dit leidde al snel tot de vraag of zzp’ers dit bedrag voortaan kunnen afdwingen als minimumvergoeding. In dit artikel lees je hoe het werkelijk zit.

Is er sprake van een verplicht minimumtarief?

Laten we direct helder zijn: volgens onder meer VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen mag het bedrag van 30 à 35 euro niet worden gezien als een minimumtarief. Verschillende media hebben dit bedrag gepresenteerd alsof het een vaste ondergrens zou worden voor alle zzp’ers, maar dat beeld klopt niet.

In het SER-akkoord wordt het woord “minimumtarief” namelijk niet gebruikt. Wel wordt verwezen naar een tarief onder het maximumdagloon, dat ligt rond de 30 à 35 euro per uur. Dit bedrag fungeert niet als harde grens, maar als een richtlijn of referentiepunt.

Dat betekent dat je als zzp’er nog steeds een lager tarief mag hanteren. Het is dus niet verboden om voor je diensten een lager bedrag te rekenen. Wel kan dit gevolgen hebben voor de manier waarop je arbeidsrelatie wordt beoordeeld.

De norm als juridisch hulpmiddel

De tariefgrens van 30 à 35 euro heeft vooral een juridische functie. Het doel is om het eenvoudiger te maken om te beoordelen of iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of feitelijk functioneert binnen een dienstverband.

Bij lagere tarieven kan de Belastingdienst sneller aanleiding zien om te onderzoeken of er sprake is van een verkapt dienstverband, ook wel aangeduid als schijnzelfstandigheid. In dat geval is iemand formeel zzp’er, maar werkt hij of zij in de praktijk als werknemer.

Wat zegt het uurtarief over zelfstandigheid?

Volgens de SER mag bij een uurtarief boven de 30 à 35 euro sneller worden aangenomen dat iemand bewust als zelfstandig ondernemer werkt. Ligt het tarief daaronder, dan kan dit aanleiding zijn voor extra vragen.

Dat betekent niet dat een lager tarief automatisch problemen oplevert, maar wel dat de Belastingdienst scherper kan kijken naar andere kenmerken van ondernemerschap, zoals zelfstandigheid, ondernemersrisico en de mate van vrijheid in het werk.

Wie moet bewijzen dat er geen dienstverband is?

Bij het uitwerken van het akkoord is ook gekeken naar bescherming van zelfstandigen. Daarom is vastgelegd dat de bewijslast bij de opdrachtgever ligt. De opdrachtgever moet aantonen dat de ingehuurde zzp’er geen werknemer is.

Lukt dat niet, dan kunnen alsnog loonheffingen en premies verschuldigd zijn. Dit biedt zzp’ers extra mogelijkheden. Wanneer zij van mening zijn dat zij feitelijk in dienst werken, kunnen zij dit voorleggen aan de rechter. De opdrachtgever zal dan moeten aantonen dat sprake is van een zelfstandige activiteit.

Praktische tips voor zzp’ers

Vooral startende zzp’ers doen er verstandig aan om hun tarieven en kosten goed in kaart te brengen. Het gebruik van een boekhoudpakket helpt om inzicht te krijgen in inkomsten, uitgaven en het uurtarief dat nodig is om rendabel te werken.

Houd daarbij rekening met belastingen, verzekeringen en reserveringen voor vakantie en pensioen. Deze factoren hebben direct invloed op het tarief dat je zou moeten hanteren om duurzaam te kunnen ondernemen.

Zo voorkom je verrassingen en weet je beter waar je staat binnen de huidige en toekomstige regelgeving.

Mijnzzp.nl