Team Mijnzzp

Zzp in de bouw

Handhaving schijnzelfstandigheid treft vooral verkeerde zelfstandig ondernemers

Volgens berichtgeving van De Telegraaf (betaalmuur) hebben de maatregelen van de overheid om het aantal zelfstandigen terug te dringen tot nu toe weinig effect gehad. Vergeleken met 2023 is het aantal zzp’ers met slechts 4,2 procent gedaald. Opvallend daarbij is dat veel ondernemers die zijn gestopt actief waren in productverkoop en nauwelijks concurreren met zelfstandig professionals. De aanpak van schijnzelfstandigheid lijkt daardoor vooral ondernemers te raken die feitelijk buiten deze problematiek vallen.

Beperkt effect van maatregelen tegen schijnzelfstandigheid

De cijfers laten zien dat de ingrepen van de overheid slechts in beperkte mate leiden tot minder zelfstandigen. In plaats van het aanpakken van constructies waarbij sprake is van een verkapt dienstverband, stoppen juist ondernemers die daadwerkelijk zelfstandig werken. Hierdoor ontstaat het beeld dat de handhaving niet altijd de juiste doelgroep bereikt.

Voor veel zzp’ers zorgt dit voor onzekerheid. Ondernemers die jarenlang probleemloos zelfstandig hebben gewerkt, merken dat opdrachtgevers terughoudender worden. Dat heeft directe gevolgen voor hun opdrachtenportefeuille en inkomenszekerheid.

Veranderingen binnen de flexmarkt

Uit onderzoek van ING Research blijkt dat de verhoudingen binnen de flexmarkt de komende jaren sterk veranderen. Nieuwe wet- en regelgeving zorgt ervoor dat zowel zzp’ers als uitzendkrachten te maken krijgen met strengere voorwaarden. Sommige maatregelen maken flexibel werken aantrekkelijker, maar andere leiden juist tot hogere kosten en minder ruimte voor flexibiliteit.

Voor zelfstandigen betekent dit dat het risico op discussies over schijnzelfstandigheid toeneemt. Zowel zzp’ers als opdrachtgevers lopen bij een verkeerde beoordeling financiële risico’s, wat samenwerking soms onnodig ingewikkeld maakt.

Strengere controle door de Belastingdienst

Sinds dit jaar controleert de Belastingdienst weer actiever op schijnzelfstandigheid. Bedrijven kunnen een boete krijgen wanneer een zzp’er feitelijk werkt onder dezelfde voorwaarden als een werknemer in loondienst. Deze intensievere controles zorgen voor onrust onder zowel zelfstandigen als opdrachtgevers.

Sinds december 2025 is het aantal actieve zzp’ers duidelijk afgenomen. Van de ondernemers die zijn gestopt, koos iets meer dan de helft voor een baan in loondienst of een flexibel contract. Hierdoor is het aantal flexwerkers, dat de afgelopen jaren juist daalde, dit jaar vrijwel stabiel gebleven.

Herstel in de uitzendsector blijft voorlopig uit. Volgens ING Research wordt pas in 2026 weer groei verwacht binnen de uitzend- en detacheringsmarkt. Tot die tijd blijft de concurrentie om opdrachten groot en blijven bedrijven voorzichtig met het inhuren van flexibele krachten.

Opdrachtgevers worden voorzichtiger

Door de aangescherpte regels zijn opdrachtgevers steeds terughoudender geworden bij het inhuren van zzp’ers. Dat zorgt bij veel zelfstandigen voor onzekerheid over hun toekomst als ondernemer. Het wordt belangrijker om duidelijk te laten zien dat je zelfstandig opereert en niet in een verkapt dienstverband werkt.

Dat kan bijvoorbeeld door zichtbaar te zijn als ondernemer, met eigen bedrijfskleding, een bedrijfswagen met reclame of een professionele eigen website. De periode waarin zzp’ers grotendeels anoniem konden werken, lijkt daarmee voorbij. Wie zich duidelijk profileert als ondernemer, verkleint het risico op discussies met opdrachtgevers en toezichthouders.

Nieuwe wetgeving met grote gevolgen voor flexwerk

De overheid werkt momenteel aan meerdere nieuwe wetten die grote invloed hebben op de flexmarkt. Naast de hernieuwde handhaving op schijnzelfstandigheid liggen er voorstellen die flexibel werken verder reguleren en duurder maken. Het gaat onder andere om de Wet meer zekerheid flexwerkers, de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (TTA) en de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR).

De Wet meer zekerheid flexwerkers is bedoeld om de positie van flexwerkers te versterken en het verschil met vaste contracten te verkleinen. Vanaf 1 juli 2026 krijgen uitzendkrachten dezelfde rechten als werknemers in loondienst, onder meer op het gebied van arbeidsvoorwaarden, pensioen en transitievergoeding.

Met deze wet wil de overheid bereiken dat uitzendwerk alleen nog wordt ingezet bij tijdelijke situaties, zoals piekdrukte of vervanging bij ziekte. Structureel gebruik van uitzendkrachten wordt minder aantrekkelijk. Werkgevers zullen daardoor vaker moeten kiezen tussen vaste contracten of samenwerking met zelfstandigen die aantoonbaar als ondernemer opereren.

Mijnzzp.nl