
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Advies aan Hoge Raad kan grote impact hebben op positie van zzp’ers
In de zaak rond taxi-app Uber heeft de advocaat-generaal een advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Dit advies volgt op prejudiciële vragen van het gerechtshof Amsterdam en kan gevolgen hebben voor de manier waarop arbeidsrelaties met zzp’ers worden beoordeeld. De kern van het advies is dat ondernemerscriteria slechts een beperkte rol spelen bij de vraag of sprake is van zelfstandig ondernemerschap of van een arbeidsovereenkomst.
Gezagsverhouding weegt zwaarder dan ondernemerschap
Volgens de advocaat-generaal is het persoonlijk ondernemerschap van een zzp’er ondergeschikt aan de feitelijke werkverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. De arbeidsrelatie wordt primair bepaald door de aanwezigheid van een gezagsverhouding.
In de praktijk betekent dit dat kenmerken zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers of het lopen van ondernemersrisico niet doorslaggevend zijn als er sprake is van aansturing, controle of integratie in de organisatie van de opdrachtgever. Bestaat er een gezagsverhouding, dan kan alsnog worden geconcludeerd dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het advies sluit aan bij het wetsvoorstel Wet verduidelijking beoordeling werkrelaties en rechtsvermoeden (VBAR). Ook in dit voorstel ligt de nadruk op de feitelijke arbeidsrelatie en niet op persoonlijke ondernemerskenmerken.
Gevolgen voor beoordeling van werkrelaties
Het criterium van meerdere opdrachtgevers wordt traditioneel gezien als een aanwijzing voor zelfstandig ondernemerschap. Als dit criterium minder gewicht krijgt in de beoordeling, kan dat gevolgen hebben voor veel zzp’ers die langdurig of structureel voor één opdrachtgever werken.
De VBAR is op dit moment nog een wetsvoorstel en ligt ter beoordeling bij de Raad van State. Daarna moeten zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer zich erover uitspreken. Tegelijkertijd heeft de Belastingdienst aangekondigd dat de handhaving op schijnzelfstandigheid in 2025 wordt hervat. Het ligt voor de hand dat de Hoge Raad bij zijn uitspraak in de Uber-zaak rekening houdt met deze ontwikkelingen.
Afwegingskader voor handhaving door de Belastingdienst
Voor 1 november wordt een nieuw afwegingskader verwacht voor de handhaving door de Belastingdienst per 1 januari 2025. Dit gebeurt op initiatief van de staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst en naar aanleiding van aangenomen moties in de Tweede Kamer.
Daarnaast wordt het Handhavingsplan arbeidsrelaties aangepast. Voor 2025 is bovendien afgesproken dat de focus ligt op risicogerichte handhaving. Dat betekent dat vooral situaties met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid extra aandacht krijgen.
Wat betekent dit voor zzp’ers?
Het advies aan de Hoge Raad onderstreept dat zzp’ers niet alleen moeten letten op ondernemerskenmerken, maar vooral op hoe hun werkrelatie in de praktijk is ingericht. Aansturing, gezag en inbedding in de organisatie van de opdrachtgever blijven bepalend.
Nu wetgeving en handhaving in beweging zijn, is het voor zzp’ers verstandig om kritisch te kijken naar hun contracten en dagelijkse werkwijze. Door duidelijke afspraken te maken en deze ook in de praktijk na te leven, verklein je het risico op discussie over de aard van de arbeidsrelatie.
Mijnzzp.nl
