
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Nieuwe wet moet meer duidelijkheid geven over arbeidsrelatie en zzp-schap
Er ligt een wetsvoorstel over de verduidelijking van de beoordeling van arbeidsrelaties en het rechtsvermoeden. Dit voorstel bevat meerdere onderdelen die van belang zijn voor zzp’ers en opdrachtgevers. Naast drie inhoudelijke criteria introduceert de wet ook een automatisch rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. De ministerraad heeft ingestemd met het starten van een internetconsultatie over dit wetsvoorstel. Het doel is om vooraf beter te kunnen bepalen wanneer een opdrachtgever een zelfstandig ondernemer met een eenmanszaak mag inhuren.
Drie beoordelingscriteria voor arbeidsrelaties
Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel is het vaststellen van duidelijke criteria om het verschil tussen een zzp’er en een werknemer te beoordelen. Deze criteria zijn gekoppeld aan de specifieke opdracht en niet aan de persoon van de ondernemer.
Criteria voor onderscheid tussen zzp’er en werknemer
- Werkinhoudelijke aansturing door opdrachtgever of werkgever
- Inbedding van het werk of de functie in de organisatie
- Werken voor eigen risico en rekening
De eerste twee criteria wijzen in de richting van een dienstverband wanneer sprake is van inhoudelijke aansturing of structurele inbedding in de organisatie. Volgens het wetsvoorstel mag een opdrachtgever een zzp’er inschakelen als deze twee kenmerken ontbreken.
Wanneer aansturing of inbedding wel aanwezig is, krijgt het derde criterium extra gewicht. Werkt iemand aantoonbaar voor eigen rekening en risico, dan kan er alsnog sprake zijn van zelfstandig ondernemerschap. De beoordeling blijft daarmee altijd afhankelijk van de concrete werkzaamheden binnen een opdracht.
De criteria hebben uitsluitend betrekking op de opdracht en niet op de zzp’er als persoon. Dat betekent dat eenzelfde ondernemer bij verschillende opdrachten anders kan worden beoordeeld. Dit sluit aan bij eerdere signalen, onder meer vanuit kritiek op het wetsvoorstel.
Rechtsvermoeden bij laag uurtarief
Naast de inhoudelijke criteria introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van het uurtarief. Verdient een zzp’er € 32,24 per uur of minder, dan kan deze zich bij een juridische procedure beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
In dat geval verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever. Die moet aantonen dat er geen sprake is van een dienstverband. Dit onderdeel van de wet heeft tot doel om de positie van werkenden met lage tarieven te versterken en duidelijker af te bakenen wanneer sprake is van loondienst.
Mijnzzp.nl
