
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Schijnzelfstandigheid in de bouw
De zorgen binnen de bouwsector over schijnzelfstandigheid lijken in de praktijk minder groot dan vaak wordt gedacht. Uit recent onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) blijkt namelijk dat het merendeel van de zelfstandig ondernemers in de bouwsector daadwerkelijk als ondernemer kan worden beschouwd. Dat betekent dat veel samenwerkingen tussen bouwbedrijven en zelfstandigen gewoon binnen de regels vallen.
Strengere controle heeft effect
Een belangrijke verklaring voor dit beeld is de strengere handhaving rondom schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst controleert nadrukkelijker of zelfstandigen daadwerkelijk voldoen aan de criteria van ondernemerschap. Hierdoor zijn oude constructies, waarbij werknemers hun dienstverband beëindigden om vervolgens als zelfstandige terug te keren bij dezelfde opdrachtgever, grotendeels verdwenen.
Bouw- en infrabedrijven hebben hun werkwijze hierop aangepast. Contracten worden kritischer bekeken, de manier van inhuur is veranderd en zelfstandigen worden vooraf beter beoordeeld. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de regels uit de Wet DBA, die bepaalt wanneer iemand als zelfstandig ondernemer mag worden gezien.
Minder zzp’ers in de bouw, maar nog steeds onmisbaar
Na jaren van groei is in 2025 voor het eerst een daling zichtbaar in het aantal zzp’ers in de bouwsector. Het aantal zelfstandigen nam met ongeveer 4,5 procent af, waardoor er nu rond de 190.000 actief zijn. Deze daling lijkt samen te hangen met het verdwijnen van het handhavingsmoratorium en de toegenomen controle.
Toch blijft de sector sterk afhankelijk van zelfstandig ondernemers. De vraag naar vakmensen is groot, zeker met de ambitie om jaarlijks grote aantallen woningen te bouwen. Zelfstandigen spelen daarin een belangrijke rol, bijvoorbeeld als timmerman, stukadoor of wegwerker.
Weinig animo voor loondienst
Opvallend is dat veel bouwbedrijven zelfstandigen een vast dienstverband hebben aangeboden. Werkgevers hopen hiermee risico’s te beperken en personeel te behouden. In de praktijk blijkt de interesse onder zelfstandigen echter beperkt.
Veel vakmensen kiezen er bewust voor om zelfstandig te werken en willen die vrijheid behouden. Zelf bepalen welke opdrachten ze aannemen en onder welke voorwaarden blijft voor veel zzp’ers een belangrijke motivatie.
Harde cijfers wijzen op beperkt risico
Het EIB baseert zijn conclusies op verschillende meetbare indicatoren. Daaruit blijkt dat schijnzelfstandigheid in de bouwsector relatief weinig voorkomt:
- Slechts een klein deel van de zzp’ers werkt tegen een laag uurtarief
- De meeste zelfstandigen hebben meerdere opdrachtgevers
- Slechts een beperkte groep is financieel sterk afhankelijk van één opdrachtgever
Zo werkt bijna 90 procent van de zelfstandigen voor meerdere opdrachtgevers, wat een belangrijk kenmerk is van ondernemerschap. Daarnaast heeft slechts een kleine groep een zeer laag uurtarief, wat vaak als risicofactor wordt gezien.
Aandachtspunten blijven bestaan
Dat betekent niet dat er helemaal geen risico’s zijn. In bepaalde groepen komen signalen van schijnzelfstandigheid vaker voor. Dit geldt bijvoorbeeld voor zelfstandigen die vrijwel uitsluitend voor aannemers werken of sterk afhankelijk zijn van één opdrachtgever. Ook bij sommige buitenlandse arbeidskrachten zijn er vaker aanwijzingen dat de arbeidsrelatie niet volledig zelfstandig is ingericht.
Gerichte controle op basis van duidelijke criteria kan volgens het EIB helpen om deze risico’s verder te beperken. Dit zorgt voor meer duidelijkheid voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen.
Conclusie
De bouwsector lijkt zich goed aan te passen aan de strengere regels rondom zelfstandigheid. Hoewel het aantal zzp’ers licht is gedaald, blijft het merendeel actief als echte ondernemer. Voor bouwbedrijven betekent dit dat samenwerken met zelfstandigen in de meeste gevallen nog steeds mogelijk is, zolang de regels zorgvuldig worden toegepast.
Mijnzzp.nl
