
+ Inhoudsopgave (klik om te openen)
Nieuwe regels voor zzp’ers: inbedding als doorslaggevend criterium
Minister Van Gennip heeft samen met staatssecretaris Van Rij een voortgangsbrief over werken met en als zelfstandigen aan de Tweede Kamer gestuurd. Uit deze brief blijkt dat het kabinet zelfstandigen ruimte wil blijven bieden om te ondernemen, maar wel binnen duidelijke kaders. In de huidige praktijk is dat volgens het kabinet onvoldoende het geval. Daarom wordt voorgesteld om het evenwicht tussen ondernemerschap en werken in dienst van te herstellen.
Inbedding van werkzaamheden als nieuw beoordelingspunt
In de praktijk betekent dit dat het voor bepaalde organisaties lastiger wordt om zzp’ers in te huren. Denk bijvoorbeeld aan een zzp-verpleegkundige of een zzp-docent. Deze zelfstandigen maken vaak gebruik van dezelfde faciliteiten als werknemers in loondienst. Het kabinet vindt dat deze situatie moet veranderen en wil daarom uiterlijk in 2026 een extra beoordelingspunt toevoegen: inbedding.
Concreet gaat het om werkzaamheden die structureel onderdeel uitmaken van een organisatie. Een voorbeeld hiervan is een docent die lesgeeft binnen een onderwijsinstelling. Het uitgangspunt is dat dergelijke functies niet langer op freelancebasis worden ingevuld. Met de invoering van het inbeddingcriterium kan een grote groep zelfstandigen niet meer als zzp’er actief blijven. Het betreft onder meer freelancers die hetzelfde werk doen als collega’s in loondienst.
Drie pijlers bij beoordeling van de arbeidsrelatie
Wanneer de plannen worden doorgevoerd, bestaat de beoordeling van een arbeidsrelatie uit drie hoofdelementen: zelfstandig ondernemerschap, materieel gezag en de mate van inbedding van het werk. In de voortgangsbrief wordt benadrukt dat deze criteria nog verder worden uitgewerkt. Daarbij vindt overleg plaats met zzp-organisaties, deskundigen en sociale partners.
Het kabinet wil hiermee meer duidelijkheid scheppen over het verschil tussen werken als zelfstandig ondernemer en werken in dienst van een opdrachtgever. Daarnaast wordt gewerkt aan een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dit rechtsvermoeden wordt gekoppeld aan het uurtarief. Daarbij wordt gedacht aan het invoeren van een tariefgrens, waaronder sneller wordt aangenomen dat sprake is van een dienstverband.
Mijnzzp.nl
