De dirigent geeft de leiding aan een orkest of ander muziekgezelschap. Een ander woord voor dirigent is ook wel directie. Om dirigent te worden zal er een opleiding aan het conservatorium gevolgd moeten worden. Het is de dirigent die bepaald hoe een bepaalde compositie gespeeld dient te worden. De dirigent is ook aanwezig tijdens de repetities.
Een dirigent is bij het publiek het meest herkenbaar aan zijn dirigeerstokje (baton). Deze dirigeerstok wordt door de dirigent gebruikt als hulpmiddel om de partituur over te brengen. Via de dirigeerstok kan de dirigent emoties en het tempo overbrengen. Het stokje is pas populair geworden halverwege de 19e eeuw en is uitgevonden in de 17e eeuw doordat een dirigent met een stok steeds op de vloer stampte om de maat aan te geven. Voor het stokje was het heel normaal om de maat met de handen aan te geven. Tegenwoordig gebruiken de meeste dirigenten liever een stokje omdat deze beter zichtbaar is voor de musici.
Een dirigent zal over de volgende eigenschappen moeten beschikken: