Een agrarisch medewerker kan zijn diensten bij verschillende soorten bedrijven uitvoeren, zoals op een boerderij maar bijvoorbeeld ook in de tuinbouw. Over het algemeen zal een agrarisch medewerker veel op het land werken om bijvoorbeeld een boer te ondersteunen tijdens zijn werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen verschillen van ploegen, zaaien, maaien, oogsten en melken tot het uitmesten van de stallen. Vaak zijn de specifieke werkzaamheden erg seizoensgevoelig.
Een opleiding tot agrarisch medewerker kan in Nederland bij het agrarische opleidingscentrum (AOC). Dit opleidingsinstituut is opgericht in de jaren 90 na een fusie van de lagere agrarische scholen. Tijdens deze opleiding zal de leerling veel stof krijgen met betrekking tot dieren, planten, milieu en voedsel. Een agrarisch medewerker is bij voorkeur iemand die geen 9 tot 5 mentaliteit heeft en het dus niet erg vindt om onregelmatig te werken. De verantwoordelijkheid die een agrarisch medewerker krijgt is groot te noemen. Ook het doen van zwaar en smerig werk mag geen probleem zijn.
Een agrarisch medewerker is eigenlijk niks anders als een boer met het verschil dat de boer ook de eigenaar is van een boerderij met opstallen, land en vee. Een boer verdient zijn geld dan ook met zijn veeteelt of landbouw. Een boer die weinig land heeft noemt men ook wel een keuterboer. Het aantal agrarische bedrijven in Nederland is de laatste 30 jaar aanzienlijk minder geworden. Waren er in 1980 nog 145.000 agrarische bedrijven, inmiddels zijn dit er ongeveer nog maar 75.000 bedrijven. Ook het aantal mensen dat werkzaam is in de agrarische sector is in deze periode met ongeveer 100.000 verminderd.
Een agrarisch medewerker kan om bovenstaande redenen een uitkomst zijn voor een boer die zelf geen personeel in dienst heeft. Omdat het vaak om seizoensgebonden arbeid gaat is het niet het hele jaar nodig om iemand te hebben lopen. Eerder tijdelijk, zoals wanneer er geoogst moet worden. Veeteelt wordt gehouden op een boerderij om eieren, melk, vlees of bont te verkrijgen. In Nederland kennen wij de volgende veeteelt: rundveehouderij, varkenshouderij, rendierhouderij, pluimveehouderij, pelsdierfokkerij en paardenfokkerij.